| Selectie | Sloopbedrijven | Overige afwerking van gebouwen |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 2.605 | 2.870 |
| Meer dan één werkzaam persoon (totaal min solo) | 355 | 600 |
| 2–4 werkzame personen | 220 | 440 |
| 5–9 werkzame personen | 45 | 100 |
| 10 of meer werkzame personen (som klassen) | 95 | 60 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Werk van een brede markt naar een specifieke groepsgrootte
Gebruik je alle bedrijven met meer dan één werkzaam persoon, dan levert totaal minus solo circa 355 op voor sloopbedrijven. Beperk je het tot twee tot en met vier personen, dan tel je de categorieën van twee en van drie of vier bij elkaar. Het resultaat is circa 220. Voor bedrijven met minstens tien werkzame personen tellen de vier grootste klassen samen bij benadering 95. Elk getal past bij een ander gesprek. Voor begeleiding van een tweede bezoek aan dezelfde klant bij een duo kan het nodig zijn dat beide personen beschikbaar zijn. Een grotere organisatie kan zo’n taak bij een aparte functie neerleggen.
Wat verandert wanneer je dezelfde doelgroep elders zoekt?
Bij overige afwerking van gebouwen levert de telling 600 bedrijven met meer dan één persoon en 60 met ten minste tien personen op. Die laatste categorie is ongeveer 2,1% van de tweede branche. Bij sloopbedrijven gaat het om circa 3,6%. Bespreek met een mogelijke gebruiker wie de overdracht daadwerkelijk organiseert. Als meerdere vestigingen één planner delen, blijven het voor de verkoop mogelijk één beslissing en één contactpersoon. Het bedrijfsaantal van 2.605 is daarom geen lijst beschikbare kopers of franchisenemers.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sloopbedrijven?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met minstens tien werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van betonvlechtersbedrijven (0,6%), het hoogste voor overige bouwinstallatiebedrijven (4,4%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 3,6% en bij 1 hoger. Met 3,5% komt grondverzetbedrijven het meest in de buurt van sloopbedrijven. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij overige afwerking van gebouwen met 2.870 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is grondverzetbedrijven met 3,5% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4311 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 2,9% naar 3,5%. Over één jaar is het verschil +0,7 procentpunt, of gemiddeld +0,7 procentpunt per jaar. Bij overige afwerking van gebouwen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 2,1% naar 2,2%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +65 bedrijven. De telling van bedrijven met minstens tien werkzame personen verschoof tegelijkertijd met +10. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 3,3% naar 3,6%.
Als je bij sloopbedrijven een dienst voor planners test, vraag dan wie bij een klus waarvan de oplevering uitloopt de knoop doorhakt. Een grotere ploeg in grondverzetbedrijven kan de planning centraal laten doen. Registreer bij het eerste gesprek of de aankoopbeslissing op locatie valt. Een tweede verkooppunt van hetzelfde bedrijf verhoogt dan het aantal mogelijke gebruikers zonder dat je vanzelf een tweede opdrachtgever hebt.



