| Selectie | Bouwmarkten | Winkels in vloeren |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 610 | 630 |
| Meer dan één werkzaam persoon (totaal min solo) | 410 | 290 |
| 2–4 werkzame personen | 160 | 210 |
| 5–9 werkzame personen | 110 | 50 |
| 10 of meer werkzame personen (som klassen) | 140 | 20 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Werk van een brede markt naar een specifieke groepsgrootte
Gebruik je alle bedrijven met meer dan één werkzaam persoon, dan levert totaal minus solo circa 410 op voor bouwmarkten. Beperk je het tot twee tot en met vier personen, dan tel je de categorieën van twee en van drie of vier bij elkaar. Het resultaat is circa 160. Voor bedrijven met minstens tien werkzame personen tellen de vier grootste klassen samen bij benadering 140. Elk getal past bij een ander gesprek. Voor begeleiding van een artikel dat retour komt bij een duo kan het nodig zijn dat beide personen beschikbaar zijn. Een grotere organisatie kan zo’n taak bij een aparte functie neerleggen.
Wat verandert wanneer je dezelfde doelgroep elders zoekt?
Bij winkels in vloeren levert de telling 290 bedrijven met meer dan één persoon en 20 met ten minste tien personen op. Die laatste categorie is ongeveer 3,2% van de tweede branche. Bij bouwmarkten gaat het om circa 23%. Bespreek met een mogelijke gebruiker wie de overdracht daadwerkelijk organiseert. Als meerdere vestigingen één planner delen, blijven het voor de verkoop mogelijk één beslissing en één contactpersoon. Het bedrijfsaantal van 610 is daarom geen lijst beschikbare kopers of franchisenemers.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij bouwmarkten?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met minstens tien werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in stoffen en textiel (0%), het hoogste voor bouwmarkten (23%). Bouwmarkten ligt met 23% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 6,2% bij winkels in overig bouwmateriaal. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij winkels in vloeren met 630 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in overig bouwmateriaal met 6,2% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47528 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 28,8% naar 24,4%. Over 2 jaar is het verschil -4,4 procentpunt, of gemiddeld -2,2 procentpunt per jaar. Bij winkels in vloeren ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 4,9% naar 4,1%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -5 en in de complete CBS-categorie om +15 bedrijven.
Als je bij bouwmarkten een dienst voor planners test, vraag dan wie bij een klant die tijdens het afleveren terugbelt de knoop doorhakt. Een grotere ploeg in winkels in overig bouwmateriaal kan de planning centraal laten doen. Registreer bij het eerste gesprek of de aankoopbeslissing op locatie valt. Een tweede verkooppunt van hetzelfde bedrijf verhoogt dan het aantal mogelijke gebruikers zonder dat je vanzelf een tweede opdrachtgever hebt.



